Belangrijke punten uit onderzoeken – interview met Henny Bos

10 oktober 2013, laatste update 9 februari 2015 | tags: roze kinderen

Roze rolmodellen  

In Nederland staan we positief tegenover homo-koppels maar als het op ouderschap aankomt, denken veel mensen dat kinderen de rolmodellen van zowel een papa als een mama nodig hebben voor een goede ontwikkeling. Wetenschappelijk gezien bestaat er geen bewijs voor deze gedachte. In tegendeel. Meer Dan Gewenst interviewde Henny Bos – wetenschappelijk onderzoeker aan de universiteit van Amsterdam – en zet de feiten op een rijtje. 

Wat zijn de grootste vooroordelen tegen homo of lesbisch ouderschap?  
Het belangrijkste vooroordeel is mensen kinderen een mannelijk of vrouwelijk rolmodel zouden missen.

En klopt dat? 

Nee. Uit een groot Amerikaans onderzoek waarbij ik als onderzoeker betrokken ben dat al 25 jaar een grote groep kinderen volgt, blijkt dat adolescenten die geboren zijn en opgroeien in een gezin met 1 of 2 lesbische moeders zich op een zelfde wijze ontwikkelen als kinderen in een traditioneel vader-moeder gezin. Er is bijvoorbeeld gekeken naar typisch mannelijke stereotyperende persoonlijkheidskenmerken van de jongens rond hun 17e jaar met lesbische ouders. Jongens die aangaven mannelijke rolmodellen te hebben in hun leven verschilden niet op deze persoonlijkheidskenmerken van jongens die geen mannelijke rolmodellen zeggen te hebben. 

 

Als we de bovengenoemde adolescenten vergelijken met hun leeftijdgenoten dan laten de jongeren van lesbische ouders zelfs op een aantal aspecten een positiever beeld zien: op 17-jarige leeftijd zijn ze sociaal vaardiger, vertonen ze minder agressief gedrag en presteren ze beter op school. 

 

Waar zou de reden kunnen zijn van het positieve beeld?  

Er zijn een aantal mogelijke verklaringen. We weten uit andere onderzoeken dat de moeders meer emotioneel betrokken zijn bij de opvoeding van de kinderen als deze nog jonger zijn. Dit kan dus in de pubertijd gunstig uitwerken. Dat zij meer emotioneel betrokken zijn, heeft waarschijnlijk te maken dat het krijgen van kinderen voor hun een hele bewuste en wel doordachte keuze is geweest die meestal niet 1, 2, 3 tot stand is gekomen.

 

Is er ook onderzoek gedaan naar homo-vaders? En zo ja, wat bleek daar uit? 

Onderzoek naar homo-vaders staat in de kinderschoenen. Wij hebben aan de UvA een kleinschalig onderzoek gedaan naar homo-vaders die samen met een lesbisch stel hun kinderwens in vervulling hadden laten gaan. De meeste van de vaders uit dit onderzoek hadden hun kinderen 1 of 2 dagen in de week in huis. De kinderen uit het onderzoek waren tussen de 4 en 12 jaar oud en er waren in sociaal-emotionele ontwikkeling geen verschillen met kinderen in dezelfde leeftijd maar dan opgroeiend in een moeder-vader gezin.   

Een andere zorg is dat kinderen van lesbische of homo-koppels vaker doelwit zijn van pesterijen op school. Dit zou ertoe kunnen leiden dat de kinderen meer psychosociale problemen ontwikkelen in vergelijking met kinderen uit een traditioneel vader-moeder gezin. Hoe zit dat?  

Same-sex koppels en hun kinderen hebben wel meer te maken met pesterijen, roddels en vervelende opmerkingen. Hoe negatiever de houding van een maatschappij ten opzichte van homo’s hoe groter de kans dat ouders en kinderen daarmee geconfronteerd worden. Pesterijen hebben een negatief effect op het welbevinden van kinderen. Ze voelen zich, net als andere minderheidsgroepen, gestigmatiseerd. Opmerkelijk is dat kinderen die opgroeien bij lesbische moeders aan de ene kant regelmatig stigmatisering meemaken, maar dat als we ze vergelijken met leeftijdgenoten uit traditionele vader-moeder gezinnen, zij niet méér probleemgedragingen vertonen. Dit komt met name omdat niet veel kinderen uit de onderzoeken die wij doen in een klinische range van probleem gedragingen vallen.  

Belangrijk is wel om erbij te vertellen dat de gepeste kinderen met 2 moeders maar die meerdere kinderen kennen in hun omgeving met 2 moeders of 2 vaders geen negatieve gevolgen hiervan ervaren in de zin van gedragsproblemen. Terwijl dit wel het geval is voor de gepeste kinderen die geen andere kinderen kennen met 2 vaders en 2 moeders.  

Hoe is dat klimaat in Nederland? 

Op zich is Nederland behoorlijk tolerant ten opzichte van homoseksualiteit.

Hoeveel lesbische en homo-gezinnen hebben we eigenlijk in Nederland?  

In Nederland zijn er ongeveer vijfentwintigduizend samenwonende vrouwelijke koppels. Daarvan zijn er in 20 % van de gezinnen kinderen onder de 18 jaar aanwezig. Het is lastig te achterhalen of deze kinderen van het begin in de relatie aanwezig waren of dat zij in een eerdere heteroseksuele relatie geboren zijn maar omdat het gaat om jongeren jonger dan 18 jaar oud kan er verondersteld worden dat een groot aantal van deze kinderen binnen een lesbische relatie geboren is. Van de homomannen is daar niet zoveel over bekend. Wel is het zo dat het aantal homostellen dat nadenkt over ouderschap aan het toenemen is.

Noot: doe mee met onderzoek van de UvA!
De UvA is bezig met een onderzoek naar homo-vaders die dankzij de hulp van een draagmoeder een kind hebben gekregen. Voor dit onderzoek zijn ze op zoek naar mannenstellen met een kind van maximaal 4 maanden oud (geboren tussen 4 maanden geleden en eind 2015). Meer informatie.