Regeling voor draagmoederschap in zicht

21 november 2015 | tags: België, draagmoederschap
Bron: De Redactie (16-11-2015); auteur Pieterjan Huyghebaert; afbeeldingen: reporters en actua tv

Er komt vermoedelijk tegen 2019 een wettelijk kader voor draagmoederschap. Wie zich er nu aan waagt, belandt in een juridisch grijze zone met veel rechtsonzekerheid. Niet alleen de wensouders en de draagmoeder, maar vaak ook het kind zelf is daar de dupe van. Gelukkig is er dus licht aan het einde van de tunnel.

Bij draagmoederschap draagt een draagmoeder het kind in opdracht van een koppel dat om allerlei redenen zelf het kind niet kan dragen. Elk jaar worden in ons land op die manier verschillende kinderen geboren, maar momenteel belanden die kinderen – samen met hun wensouders en draagmoeder – in een juridisch grijze zone. Onder meer Johnny en Carmen kunnen daarover meespreken.

In het verleden heeft het gebrek aan een wettelijk kader al verschillende menselijke drama’s veroorzaakt. Enkele jaren geleden was er de befaamde zaak van baby D waarbij een Belgische draagmoeder een kind zowel aan Belgische als aan Nederlandse wensouders had beloofd, ondanks het feit dat de Belgische wensvader de biologische vader was van het kind. Zorgwekkend in deze zaak was ook dat de draagmoeder beide koppels had laten betalen voor het kind. Commercieel draagmoederschap is immers wel expliciet verboden in ons land.

Gelukkig is er licht aan het einde van de tunnel. Momenteel legt de bevoegde senaatscommissie de laatste hand aan een rapport dat – deels – als basis kan dienen voor een wetsvoorstel in de Kamer. Op CDH na zijn alle partijen het er over eens dat er dringend nood is aan een wettelijk kader. Toch zijn er nog een drietal grote knelpunten die een kant-en-klaar wetsvoorstel in de weg staan.

Wat kan wel en wat kan niet?

Er zijn twee soorten draagmoederschap: laag- en hoogtechnologisch. In het eerste geval wordt het zaad van de wensvader (of uit de spermabank) ingebracht bij de draagmoeder. In theorie komt hierbij geen vruchtbaarheidskliniek kijken. Draagmoeders en wensouders worden daardoor minder goed begeleid. Vooral voor de draagmoeders kan dit erg zwaar zijn, omdat ze niet altijd ten volle beseffen waar ze aan beginnen.

Bij hoogtechnologisch draagmoederschap wordt een eicel van de wensmoeder (of via eiceldonatie) bevrucht met het zaad van de wensvader of met zaad uit de spermabank. De embryo die daaruit voortkomt wordt ingeplant bij de draagmoeder. Hoogtechnologisch draagmoederschap verloopt altijd via een vruchtbaarheidskliniek waardoor zowel de draagmoeder als de wensouders goed begeleid worden. De procedure wordt ook pas opgestart na een grondige medische en psychologische screening.

Sommige politieke partijen zouden graag die eerste variant verbieden of zelfs bestraffen. Tegenstanders vrezen dat op die manier het laagtechnologisch draagmoederschap sowieso in de illegaliteit belandt. Ze stellen voor om de begeleiding en screening zoals die bij hoogtechnologisch draagmoederschap bestaat, ook bij laagtechnologisch draagmoederschap te verplichten.

Wie staat er wel of niet op geboorteakte?

Een tweede belangrijk knelpunt is de afstamming. In de huidige situatie staat de draagmoeder op de geboorteakte, en vreemd genoeg als die getrouwd is, haar man ook. De wensouders moeten een adoptieprocedure opstarten en dat kan enige tijd aanslepen. Voor die procedure rond is, hebben de wensouders nauwelijks rechten.

Daarom zou het een optie zijn om met een verkorte adoptieprocedure te werken die een week na de geboorte rond kan zijn, maar dat heeft niet de voorkeur van de meeste partijen. Het zou ook vereisen dat de adoptieprocedure grondig hervormd wordt. Momenteel is adoptie een jeugdbeschermingsmaatregel: er is een kind en er moeten ouders worden gezocht. Bij draagmoederschap is de kinderwens van de wensouders de motor van het proces. Dat is een totaal ander startpunt.

Het alternatief dat voorlopig het meeste politieke bijval krijgt, is dat de wensouders rechtstreeks op de geboorteakte komen. Bij de wetgeving rond de meemoeders die eind vorige legislatuur is goedgekeurd, is alvast voor de afstammingspiste gekozen. Anderzijds is dat erg in het nadeel van de draagmoeder. Mogelijk wordt voor een tussenvariant gekozen. Waarbij zowel de wensouders als de draagmoeder op de geboorteakte komen. Ook dat uitdokteren, zal niet makkelijk zijn, want momenteel kunnen maximaal twee mensen op een geboorteakte komen.

Mag de draagmoeder worden vergoed?

Commercieel draagmoederschap is een derde heikel punt. Zowat alle partijen zijn het erover eens dat dit niet kan, maar wat moet er gebeuren met koppels die voor een buitenlandse draagmoeder hebben gekozen? Er zijn verschillende – veelal Amerikaanse – bedrijven die voor ruim 100.000 euro kinderen “op maat” aanbieden via commerciële draagmoeders. Wat moet er met die kinderen gebeuren eens ze in België aankomen? Ook daar moet nog een antwoord op worden gevonden. Het kan niet de bedoeling zijn dat de kinderen het slachtoffers worden van het juridische vacuüm.

Wie draait bij binnenlands draagmoederschap op voor de kosten die verbonden zijn met de zwangerschap? De zwangerschapskledij, de onderzoeken bij de gynaecoloog… kosten natuurlijk allemaal geld. Normaal gezien betalen de wensouders hiervoor, maar een bedrag afspreken, is in de praktijk moeilijk, omdat het dan al snel in de richting van commercieel draagmoederschap gaat. Ook een goede regeling voor de financiële kant van de zaak is dus noodzakelijk.

Wetgeving rond tegen 2019

Ondanks de grote struikelblokken heerst het gevoel dat er nog voor het einde van deze legislatuur in 2019 een wettelijk kader zal zijn. “We hollen de realiteit achterna. De wettelijke regeling is nodig en had er eigenlijk gisteren al moeten zijn om drama’s zoals met baby D te voorkomen”, zegt Jean-Jacques De Gucht (Open VLD).

Ook Groen-senator Petra De Sutter is hoopvol. “We zijn hier al tien jaar mee bezig, maar nog nooit is het werk zo grondig verlopen als nu. Ik denk dat we nog deze legislatuur een regeling kunnen creëren, desnoods met een wisselmeerderheid.” De Sutter benadrukt wel dat ze liever geen wet heeft dan een slechte wet. “Maar nu zie ik het toch allemaal goed komen. Ik wacht al tien jaar op een wettelijk kader. Als er nu niets komt, ga ik echt ontgoocheld zijn.”