Een spermadonor is geen vader. Noem hem dan ook niet zo

30 juli 2017 | tags: donor, donorkind, single

Wie een spermadonor een vader noemt, wekt verkeerde verwachtingen, weet Eva Bouman . Toch wordt ook zij steeds nieuwsgieriger naar de donor van haar dochter.

‘Waar is jouw papa?”, vroeg het 5-jarige buurmeisje aan mijn 2-jarige dochter. „Ik geen papa, ik mama”, antwoordde zij. „Dat kan niet, je hebt altijd twee”, zei het buurmeisje. Mijn dochtertje dacht even na en zei: „Ik mama en Eva.” Een slimme oplossing, want mijn naam is Eva en ik ben solomoeder. Tevreden leunde ik achterover.

Toen het meisje er nog een keer op terugkwam, zei mijn dochtertje: „Mijn papa is doof!” Ze bedoelde waarschijnlijk ‘dood’, zonder die betekenis te begrijpen, maar het had een reuzeneffect; het buurmeisje vond het zo zielig dat ze zich direct over haar ontfermde; mijn dochter wentelde zich stralend in haar armen. Dit was dus nog niet het moment om haar te vertellen dat ze geen vader had.

Mijn dochter is een donorkind, via een donorbank. Ik had niet verwacht dat de woorden ‘vader’ en ‘papa’ al zo vaak in ons kersverse minifamilieleven zouden vallen. Op de crèche ziet ze iedere dag papa’s en dus zocht ze ook naar een papa. Eerst waren mijn goede vrienden haar papa. Daarna werden het willekeurige mannen. Een keer, in de tram, zei ze zo vaak „papa” tegen een passagier dat hij me vroeg of hij op haar vader leek. Ik antwoordde dat ik dat niet wist. Ongemakkelijke stilte. Een tijdje zag ze in Donald Trump haar vader; elke keer als ze hem op televisie zag, riep ze verrukt „PAPA!” – tot grote hilariteit van familie en vrienden.

Donorkinderen en hun donoren zijn de afgelopen tijd volop in de aandacht geweest. Een aantal donorkinderen vermoedt dat de directeur van spermakliniek MC Bijdorp hun biologische vader is – zij krijgen niet alleen inzicht in zijn administratie, ook zijn er spullen van de inmiddels overleden directeur in beslag genomen om te laten onderzoeken op DNA. En demissionair minister Edith Schippers (Volksgezondheid, VVD) wil het makkelijker maken voor donorkinderen om hun halfbroers en halfzussen te vinden.

Als moeder van een donorkind voel ik mij betrokken. Het valt me op dat steeds meer donorkinderen op zoek zijn naar hun donor of, zoals ik het ze het vaak hoor benoemen, hun ‘vader’. Bij Spoorloos , EenVandaag en Nieuwsuur kwamen donorkinderen aan het woord die de zoektocht zijn begonnen. In kranten verschijnen interviews van kinderen die hun donor of halfzussen en -broers hebben gevonden. Ook las ik inmiddels twee interviews van donoren die uit de anonimiteit wilden treden.

Soms lukt het donorkinderen om via vele omwegen en buitenlands DNA-onderzoek hun donor op te sporen. Minister Schippers riep anonieme donoren – tot 2004 waren donoren anoniem – op om zich bekend te maken. Een goede zaak, zelfs begrijpelijk vanuit het perspectief van donorkinderen die op zoek zijn naar of worstelen met hun afkomst. Maar ook bij de minister viel het woord ‘vader’. Ze vond het belangrijk „dat deze kinderen hun vaders leren kennen”.

Vaders? Waarom wordt er zo vaak gesproken van vaders, waar het anonieme donoren betreft? Vaders zijn eerder mannen/papa’s die bij de opvoeding van hun kind betrokken zijn. Anoniem donorschap heeft heel weinig te maken met vaderschap. Het zal deze kinderen mogelijk verkeerde verwachtingen geven.

Ga je een donortraject in, dan volgen gesprekken met maatschappelijk werkers op de donorkliniek. Zij vertellen je hoe je aan je kind kunt uitleggen hoe hij of zij is ontstaan en wat je kunt zeggen als ze vragen waar ‘papa’ is. Het kwam erop neer dat je het best eerlijk en kort kunt zijn in je antwoord. Dus: „Nee, je hebt geen papa”, hoewel je je kind gevoelsmatig graag alles wilt geven wat het wenst. En ook: „Je hebt een donor, een meneer die ons een zaadje heeft gegeven, zodat je geboren werd en bij mij kunt wonen.”

Waarom is het zo ongemakkelijk als donoren vaders worden genoemd? Misschien omdat er meestal wordt uitgegaan van het normatieve idee dat een gezin als entiteit in de basis uit drie personen bestaat. Waarbij vaak ook nog sprake is van een klassieke genderverdeling: een man (vader), een vrouw (moeder) en een kind. Terwijl de minimale basisvorm van een gezin bestaat uit één ouder en één kind.

Om die reden is het krampachtig om vast te houden aan dat normatieve idee van het gezin, als mensen het blijven hebben over de tweede ouder als een persoon die ‘zou ontbreken’ (of het nu een moeder of een vader is). In een gezin waarbij er twee moeders of twee vaders zijn, wordt het vaak nog nodig gevonden om het te hebben over die ‘ontbrekende maar toch ergens aanwezige’ derde ouder, namelijk de ouder van een ander gender. Maar in zo’n gezin zelf is vaak geen gevoel of realiteit van ‘incompleetheid’, in de zin van een ‘missende ouder’.

Door alle recente media-aandacht, de oproep van minister Schippers maar vooral door mijn eigen dochtertje sta ik aan het begin van uitleg, verantwoording, toelichting. Want als mijn kind nu al vragen krijgt van vriendinnetjes op straat, moet ik niet gek opkijken als zij die vragen straks bij mij neerlegt. Ga ik haar dan vertellen dat ze geen vader heeft, geen papa, enkel een donor?

Ik vind de gedachte moeilijk dat ik met haar over donoren of biologische vaders begin, omdat het zulke klinische termen zijn. Maar hoe dan wel? Zal ik het woord ‘donor’ misschien meer moeten aankleden, terugbrengen naar zijn oorspronkelijke betekenis, en het met haar moeten hebben over ‘een donor’ in de mooie zin van het woord; namelijk iemand die het leven heeft gegeven? En vanaf welke leeftijd zal ze dit begrijpen?

Dat het onderwerp nu meer bespreekbaar wordt, is goed, helemaal voor donorkinderen die worstelen met hun identiteit. Ook op geboortekaartjes van donorkinderen zie je opeens een bedankje aan de donorbank of aan de anonieme donor. Zo lijkt de donor een intiemere rol in onze samenleving te krijgen. Iets waar ik eerder niet bij stilstond en ook nog lang niet over uitgedacht ben.

Het valt me bij mijn dochter ook op, nu ik haar zo’n leuk en lief kind vind, dat ik steeds vaker benieuwd ben naar de donor en heel sympathieke gedachten bij hem heb. Als ik dat al heb, hoe kan ik dan verwachten dat het mijn dochter koud zou laten?

Eva Bouman is moeder van een donorkind.

Dit artikel is verschenen in het NRC Handelsblad van dinsdag 18 juli op pagina 18
https://www.nrc.nl/nieuws/2017/07/18/een-spermadonor-is-geen-vader-noem-hem-dan-ook-niet-zo-12130127-a1566962