Onvermijdelijk zichtbaar

12 mei 2009, laatste update 2 februari 2015 | tags: co-ouderschap, ervaringsverhaal

Onze dochters, Selma van 7 en Anouk van 4, gaan respectievelijk naar groep 4 en groep 1. Hoewel wij vanaf het begin hebben verteld hoe onze leefsituatie eruit ziet en daar volstrekt open over zijn: twee mannen en twee vrouwen, die gezamenlijk de zorg voor de kinderen hebben – ieder jaar opnieuw het boek Meer dan gewenst cadeau gegeven – heeft zich in de wandelgangen toch een heel ander verhaal ontwikkeld. Voordat wij als vrouwenpaar en mannenpaar door het leven gingen waren wij eerst twee leuke heterokoppels. Wij kenden elkaar en kwamen er samen achter dat wij toch meer voor het eigen geslacht voelden en hebben een zeer moderne vorm van partnerruil toegepast. Fijn voor de kinderen die uit onze heterorelaties waren geboren dat wij dat zo met z’n viertjes konden oplossen. Wie het bedacht heeft? Joost mag het weten, maar het verhaal lijkt ondanks herhaalde uitleg van onze zijde onuitroeibaar.

Selma worstelt ondertussen met een geheel ander vraagstuk. Was het eerst voor de meeste kinderen volstrekt vanzelfsprekend dat er twee vaders en twee moeders zijn, naarmate zij ouder worden, roept het meer en meer vragen op. De hamvraag is: wie is de echte ouder. Voor Selma is het volstrekt helder. Zij heeft vier echte ouders, maar ook haar klasgenootjes weten ondertussen van het zaadje en het eitje en confronteren haar met hun kennis van de wereld. De biologische ouder is de echte ouder. Selma zelf wil er niet meer over praten. Zij snappen het toch niet verzucht zij moedeloos.

En zie, hier schiet vader te hulp. Al bijna twee jaar poog ik bij de leerkrachten aan te kaarten dat ik wel met de kinderen wil praten over onze gezinssituatie. Hoe aardig en voorkomend ook, tot op heden is het er niet van gekomen. Mij is niet altijd duidelijk waar de schroom zit om hier over te spreken met kinderen. Het lijkt op een klassiek geval van wat in de sociologie het “prisoners dilemma”wordt genoemd. Zelf heb ik geen moeite met … vul maar in, maar de anderen wel, daarom kun je niet komen of hebben wij het er niet over. Hoe dan ook, ik krijg geen antwoord. Sinds september vorig jaar ben ik bezig om het in ieder geval dit schooljaar gedaan te krijgen. Een van de juffen van groep 4 vond het wel een goed idee, maar het leidde ondanks herhaaldelijk vragen tot niets. Op de sportschool heb ik in januari van dit jaar de zaak informeel bij de directeur aanhangig gemaakt, maar ook hier geen verdere reactie. Echter, de aanhouder wint. De eerder genoemde juf heeft enige weken geleden toegezegd dat zij een week gaat besteden aan verschillende gezinssituaties. Aanstaande maandag, op de valreep van het schooljaar, doe ik de aftrap. Ik ga met de hele klas praten over wat een echte ouder is.

Mijn “probleem” is echter geen individueel probleem, het is een structureel probleem dat voortkomt uit het heersende idee dat de mens in principe heteroseksueel is. Alles in onze samenleving is afgestemd op heteroseksuelen. Het lijkt het laatste decennium anders doordat de wetgever veel heeft veranderd met betrekking tot huwelijk en ouderschap en doordat de acceptatie op individueel niveau erg gegroeid is. Evenwel is in het onderwijs en vooral het middelbaar onderwijs, dat voor 70% uit VMBO leerlingen bestaat, homo het populairste scheldwoord. Jonge homo’s en lesbo’s zwijgen, leerkrachten waken ervoor hun identiteit te onthullen en onze kinderen blijken alleen in veilige situatie te willen onthullen hoe hun leefsituatie is. Homoseksualiteit is in het onderwijs eigenlijk taboe, maar ook heteroseksualiteit is niet iets dat uitgebreid besproken wordt. Er is in het onderwijs geen ruimte voor een vak als seksuele en relationele vorming. Deze zaken worden als privé opgevat. Alleen door homoseksualiteit als thema onder te brengen in “de veilige school” kan er over gesproken worden. Kennis van gelijkgeslachtelijke liefde maakt geen deel uit van de lessen Nederlands, geschiedenis, maatschappijleer of godsdienst. Heteroseksualiteit is daarentegen vaak onuitgesproken alom tegenwoordig en laat iedereen heteroseksueel zijn tot het tegendeel uitgesproken wordt. Voorlichting door het COC is te incidenteel om een wezenlijke verandering te bewerkstelligen.

De bestaande ideeën, oordelen en vooroordelen over homoseksualiteit zijn een wirwar van allerlei oude en soms zeer oude opvattingen, die direct ook impliciet ideeën, oordelen en voordelen over heteroseksualiteit in zich bergen. In mijn optiek kunnen die alleen veranderen als heteroseksuelen op individueel niveau over zichzelf na leren denken. Ik noem er enkele.

Homoseksualiteit is onnatuurlijk.
Homoseksualiteit is een ziekte.
Homoseksualiteit is een modeverschijnsel.
Een homo is geen echte man, een lesbo is geen echte vrouw.
Homo’s en lesbo’s hebben geen kinderwens.

Hoewel al deze ideeën met feiten te weerleggen zijn, gaat het hier om een emotionele beoordeling en afkeuring die heel diep zit. Deze (voor)oordelen kunnen alleen veranderen als homoseksualiteit deel uit maakt van de hoofdstroom van de samenleving. Daar zullen nog enkele generaties overheen gaan, maar dat kan wel bereikt worden als wij zelf als ouder betrokken zijn en meedoen met de school. Laat ons niet onze hoop vestigen op twee uur obligate voorlichting. Homoseksualiteit wordt vanzelfsprekend als wij onszelf als vanzelfsprekend manifesteren, als wij onvermijdelijk zichtbaar durven zijn en niet heel anders dan heteroseksuelen blijken te zijn. Juist op school. Een moeder, een vader als alle anderen. Nogmaals het gaat er niet louter om lesmateriaal te ontwikkelen waarin twee vrouwen of twee mannen voorkomen. Materiaal is er beslist. Het gaat om een attitudeverandering, want materiaal moet ook gebruikt worden. Wij dienen de leerkrachten in beweging te krijgen en andere zaken aan de orde te laten stellen.

Tot slot, om over na te denken, een citaat uit een zeer oud verhaal dat mooi zou passen in een godsdienst- of geschiedenisles, het verhaal van Ruth en Naomi..
En de vrouwen zeiden tot Naomi: Geprezen zij de Here, die het u heden niet laat ontbreken aan een losser, en zijn naam worde vermaard in Israël. En hij zal uw ziel verkwikken en u in uw ouderdom verzorgen; want uw schoondochter, die u liefheeft, heeft hem gebaard, zij, die u meer waard is dan zeven zonen. En Naomi nam het kind en legde het op haar schoot en zij werd zijn verzorgster. En de burinnen gaven het een naam, zeggende: aan Naomi is een zoon geboren

Waren zij lesbisch. Wij weten het niet. Is het het allerbelangrijkste? De twee vrouwen hielden in elk geval zeer van elkaar. Een mooi verhaal over liefde en een andere manier van moederschap.

Hans Warmerdam,
Haarlem 11 juni 2004